Thursday, January 3, 2019

/The Beatles (en niet the Rolling Stones)/

The Beatles hebben, naast hun muzikale en scheppend talent, het geluk gehad dat ze precies op het goede moment hun intree in de popmuziek maakten. Ze begonnen als bandje met eenvoudige liefdesliedjes, zoals alle bandjes dat deden in de begin jaren zestig van de vorige eeuw. Maar binnen zes jaar maakten ze een ongelofelijke muzikale transformatie door, waar onderstaande twee foto's een mooie illustratie van zijn.

The Beatles in 1963 en in 1969    


Frank Zappa mag schertsend hebben gezegd dat The Shaggs (zie vorige blog) beter dan The Beatles waren, feit is dat tot nu toe er zeer weinig popmusici het niveau en de veelzijdigheid van The Beatles hebben geëvenaard. Zappa zeker, David Bowie ook, Brian Eno, en Queen, maar dan houdt het wat mij betreft wel op.

In zes jaren namen The Beatles dertien albums op: meer dan twee per jaar. Ze waren niet alleen goed voor een gestage stroom pakkende liedjes, de aard van de liedjes qua vorm, inhoud, onderwerp en klank veranderde ook gestaag. Om een voorbeeld te noemen: het streven voor The White Album  (1968) was om elk nummer totaal anders te laten klinken, hetgeen uitstekend is gelukt (jammer dat Bløf dat de afgelopen twintig jaar niet heeft gedaan :)).

Dit spelen met klank (het afwijken van de standaard bas-gitaar-drums-zang klank) is natuurlijk al ingezet met Yesterday, zang-gitaar-strijkkwartet, aar het werd met name vanaf ongeveer het zesde album Rubber Soul een vaste werkwijze: nummers moesten steeds anders klinken en daarmee werd de opnamestudio langzamerhand gebombardeerd tot een extra muziekinstrument.

The Beatles zijn de grondlegger van de klank als belangrijkste onderscheidene parameter binnen de popmuziek.

The Beatles experimenteerden met klanken door middel van alternatieve microfoonopname technieken, tapemanipulaties, instrumentvervormingen, afwijkende instrumentatie (sitar (Norwegian Wood), klavecimbel (Piggies), strijkensemble(4vl, 2vla, 2vlc: Eleanor Rigby), afwijkende opnamelocaties (Yer Blues is opgenomen in een schoonmaakkast)) et cetera.

In spelen met klank waren The Beatles de pioniers, en dit werd door collega pop-musici razendsnel opgepikt, en gelukkig gaat dit door tot op heden (in mijn blog over Varèse merk ik al op dat er zelfs een complete industrie (Yamaha, Roland, Korg, Image-Line, Ableton etc.) is gebaseerd op het maken van nieuwe klanken).

Maar The Beatles gingen verder. Op het eerder genoemde Witte Album staat Revolution 9, een tapecompositie van John Lennon, waarmee The Beatles even in de avant-garde van de Engelse klassieke muziek belandden. Overigens: Paul McCartney was niet zo blij met dit stuk omdat hij een jaar eerder al Carnival of Light in elkaar had geknutseld geïnspireerd door de avant-garde componisten John Cage en Karlheinz Stockhausen.

Er is een bekende tegenstelling van de Beatles versus The Stones. Ook in Nederland. Om de zoveel jaar komen op de nationale tv bekende Nederlanders uitleggen waarom de ene groep beter was dan de ander. En altijd wordt weer de smaakkwestie met zogenaamde rationele argumenten verdedigd, zodat het geen smaakkwestie lijkt. Maar dat is onterecht. Als je de pest hebt aan de stem van Mick Jagger vind je de Stones niks en als je McCartney's liedjes te zoet vind je The Beatles niks. Maar dat is subjectieve smaak. Dat terwijl het heel eenvoudig is: muzikaal objectief gezien waren The Beatles beter. Veel beter.
  1. ze pionierden met de muziekstudio als klankbron
  2. ze pionierden met vorm en inhoud (ze beperkten zich niet tot één genre maar waren popmuziek overstijgend)
  3. ze maakten een enorme muzikale transformatie door; er was weinig herhaling.
Ik vind het niet verbazingwekkend dat na zes jaar de koek op was bij The Beatles. In het licht van bovenstaande punten wat mij betreft bij de Stones ook, maar die gaan nog steeds door met het aloude recept van Oma's cake.

Volgende keer: het begin van de popmuziek en het begin van de klassieke muziek