Tuesday, July 19, 2022

Praeludium 13, herijking 2019, RWV 882


In opdracht van pianiste Jacqueline voorheen Frederique voor het 24preludia project schreef Maarten Regtien een nieuwe prelude horend bij de fuga in FIS groot uit het 2e boek van het Wohltemperierte Klavier van Johann Sebastian Bach (1685 - 1750).

"Ik heb het een herijking genoemd, omdat ik het wel hoorbaar de link met de originele prelude wilde behouden. Vandaar dat er aanvankelijk met dezelfde noten wordt geopend, maar na een maat of 3-4 in het up-tempo gedeelte na de langzame opening wijk ik af van het bestaande contrapunt, eerst nog consonant maar op een gegeven moment ook door niet in de harmonie behorende noten te introduceren"

Link door naar mijn website om naar de podcast én de compositie te linken: www.regtien.info



Thursday, January 3, 2019

/The Beatles (en niet the Rolling Stones)/

The Beatles hebben, naast hun muzikale en scheppend talent, het geluk gehad dat ze precies op het goede moment hun intree in de popmuziek maakten. Ze begonnen als bandje met eenvoudige liefdesliedjes, zoals alle bandjes dat deden in de begin jaren zestig van de vorige eeuw. Maar binnen zes jaar maakten ze een ongelofelijke muzikale transformatie door, waar onderstaande twee foto's een mooie illustratie van zijn.

The Beatles in 1963 en in 1969    


Frank Zappa mag schertsend hebben gezegd dat The Shaggs (zie vorige blog) beter dan The Beatles waren, feit is dat tot nu toe er zeer weinig popmusici het niveau en de veelzijdigheid van The Beatles hebben geëvenaard. Zappa zeker, David Bowie ook, Brian Eno, en Queen, maar dan houdt het wat mij betreft wel op.

In zes jaren namen The Beatles dertien albums op: meer dan twee per jaar. Ze waren niet alleen goed voor een gestage stroom pakkende liedjes, de aard van de liedjes qua vorm, inhoud, onderwerp en klank veranderde ook gestaag. Om een voorbeeld te noemen: het streven voor The White Album  (1968) was om elk nummer totaal anders te laten klinken, hetgeen uitstekend is gelukt (jammer dat Bløf dat de afgelopen twintig jaar niet heeft gedaan :)).

Dit spelen met klank (het afwijken van de standaard bas-gitaar-drums-zang klank) is natuurlijk al ingezet met Yesterday, zang-gitaar-strijkkwartet, aar het werd met name vanaf ongeveer het zesde album Rubber Soul een vaste werkwijze: nummers moesten steeds anders klinken en daarmee werd de opnamestudio langzamerhand gebombardeerd tot een extra muziekinstrument.

The Beatles zijn de grondlegger van de klank als belangrijkste onderscheidene parameter binnen de popmuziek.

The Beatles experimenteerden met klanken door middel van alternatieve microfoonopname technieken, tapemanipulaties, instrumentvervormingen, afwijkende instrumentatie (sitar (Norwegian Wood), klavecimbel (Piggies), strijkensemble(4vl, 2vla, 2vlc: Eleanor Rigby), afwijkende opnamelocaties (Yer Blues is opgenomen in een schoonmaakkast)) et cetera.

In spelen met klank waren The Beatles de pioniers, en dit werd door collega pop-musici razendsnel opgepikt, en gelukkig gaat dit door tot op heden (in mijn blog over Varèse merk ik al op dat er zelfs een complete industrie (Yamaha, Roland, Korg, Image-Line, Ableton etc.) is gebaseerd op het maken van nieuwe klanken).

Maar The Beatles gingen verder. Op het eerder genoemde Witte Album staat Revolution 9, een tapecompositie van John Lennon, waarmee The Beatles even in de avant-garde van de Engelse klassieke muziek belandden. Overigens: Paul McCartney was niet zo blij met dit stuk omdat hij een jaar eerder al Carnival of Light in elkaar had geknutseld geïnspireerd door de avant-garde componisten John Cage en Karlheinz Stockhausen.

Er is een bekende tegenstelling van de Beatles versus The Stones. Ook in Nederland. Om de zoveel jaar komen op de nationale tv bekende Nederlanders uitleggen waarom de ene groep beter was dan de ander. En altijd wordt weer de smaakkwestie met zogenaamde rationele argumenten verdedigd, zodat het geen smaakkwestie lijkt. Maar dat is onterecht. Als je de pest hebt aan de stem van Mick Jagger vind je de Stones niks en als je McCartney's liedjes te zoet vind je The Beatles niks. Maar dat is subjectieve smaak. Dat terwijl het heel eenvoudig is: muzikaal objectief gezien waren The Beatles beter. Veel beter.
  1. ze pionierden met de muziekstudio als klankbron
  2. ze pionierden met vorm en inhoud (ze beperkten zich niet tot één genre maar waren popmuziek overstijgend)
  3. ze maakten een enorme muzikale transformatie door; er was weinig herhaling.
Ik vind het niet verbazingwekkend dat na zes jaar de koek op was bij The Beatles. In het licht van bovenstaande punten wat mij betreft bij de Stones ook, maar die gaan nog steeds door met het aloude recept van Oma's cake.

Volgende keer: het begin van de popmuziek en het begin van de klassieke muziek

Thursday, October 20, 2016

/The Shaggs. Better than the Beatles/


The Shaggs. Better than the Beatles - even today. - Frank Zappa



The Shaggs was een Amerikaanse popband (drum, bas, gitaar) gevormd door drie zussen die door hun vader na twee weken muziekles de studio in werden gestuurd om een L.P. op te nemen. Ze konden hun instrumenten meer niet dan nauwelijks bespelen, waren ook al niet gezegend met muzikaal talent, maar hebben desondanks een fantastisch resultaat neergezet. 

De eerste langspeelplaat Philosophy of the World (1969) werd door New York Times als Maybe the best worst rock album ever made omschreven.

Tegelijkertijd werd de band door muzikale iconen als Carla Bley (They bring my mind to a complete halt), Jonathan Richman (The Shaggs convince me that they're the real thing when they sing) en Bonnie Riatt (The Shaggs are like castaways on their own musical island) de hemel in geprezen. 

Frank Zappa's Better than the Beatles - even today was niet alleen een grap ten koste van The Beatles. Philosophy was één van zijn favoriete albums. En The Shaggs eindigen op nummer 5 van Kurt Cobain's favoriete top 50!

Voordat we verder gaan, The Shaggs op Youtube: "My Pal Foot Foot.
In mijn 3e blog /Klassiek versus Pop (2): klankverschillen/ merk ik op: Het democratisch gehalte van de popmuziek, iedereen kan zonder enige kennis van zaken een bandje beginnen, heeft tot gevolg dat het een enorm divers en krachtig genre is. The Shaggs vormen hier het ultieme bewijs voor.
In The Shaggs speelt de drummer haar partij in een totaal onafhankelijk tempo van de overige twee instrumenten, idem dito de bassiste en idem dito de gitariste. Maar de samenzang klopt weer wel (en dat is onbedoeld knap). Met dit wonderlijke samenspel gaat deze groep zonder het te weten geheel voorbij aan alle conventies van  in de popmuziek! Deze muziek is vrijer dan Free-jazz!

Je moet dus even niet luisteren naar mooi of niet-mooi. Want vanuit traditioneel muzikaal oogpunt is dit heel erg niet-mooi. Nee, maar dit is hele rauwe muziek, elke conventie negerend, heel naief in een geheel eigen en volkomen consequent muzikaal vocabulaire. En daardoor ontroerend mooi: het is alsof je voor het eerst naar muziek luistert van een net ontdekte (elektrieke :)) Braziliaanse stam.
Volgende keer mindere goden, maar ook goed: The Beatles.

You may love their music or you may not, but whatever you feel, at last you know you can listen to artists who are real. - www.shaggs.com (discografie en songteksten)

bronnen: onder meer wikipedia/en

Sunday, September 11, 2016

/Colin Stetson - Sorrow, a reimagining of Gorecki’s 3rd Symphony (recensie)/


De saxofonist Colin Stetson is niet bang voor een beetje volume en transparantie in de uitvoeringen is ook niet altijd aanwezig. Dat is een keuze die hij maakt en dus een kwestie van smaak. 

Vrijdagavond (9 september 2016) voerde hij in het Muziekgebouw een herinterpretatie uit van de 3e symfonie van Górecki onder de naam Sorrow, a reimagining of Gorecki’s 3rd Symphony en de uitvoering was overeenkomstig de opname die hij uitbracht (cd en vinyl): luid en niet transparant. 

Persoonlijk vond ik het prachtig, maar mijn smaak is dat ik zeer kan genieten van een brei van geluid. Als je daar niet van houdt had je een uur pech met Colin Stetson afgelopen vrijdag.


Stetson is een virtuoze Amerikaanse (bas)saxofonist en bandleider in (free)jazz en extreme heavy metal met een geheel eigen stijl en klank. In zijn muziek hoor je veel minimal elementen en zijn speelstijl is doorspekt met de circulaire ademhaling (zie voetnoot) die het hem mogelijk maakt te spelen als een orgel. Hier twee muziekvoorbeelden
Voor wie de 3e symfonie (1976) van Górecki niet kent, hier een voorbeeld (over Gorecki en de Poolse avant-garde uit de jaren 60 van de vorige eeuw zal ik in een andere blog schrijven).
Góreckis 3e symfony is een zeer gevoelig werk met canonische elementen en minimale tonale wisselingen, waardoor, als deze optreden, deze een maximaal effect sorteren. De herinterpretatie van Stetson blijft dichtbij het origineel, maar hij heeft gekozen voor een andere klank (drie blazers, drie strijkers, twee gitaren, drums keyboard en Moog-synthesizer) en heeft bovenal gekozen voor versterking en een mix waarin de verschillende instrumenten niet altijd meer te onderscheiden zijn.
Live afgelopen vrijdag was het volume nog hoger (soms pijnlijk) en het gebrek aan transparantie nog extremer. Gezien de opname denk ik dat de uitvoering overeenkomstig was met Stetsons ideeën, en persoonlijk vind ik de herinterpretatie zeer origineel.

Groot minpunt: het was eenvoudigweg veel te hard. Het blijft een vanuit de popmuziek overgewaaid misverstand dat harder beter is. Netjes onder de 100 decibel blijven maakt evenveel indruk. Elke transparantie die er had kunnen zijn werd volledig weggevaagd.

Monday, September 5, 2016

/Frank Zappa en de link naar Edgard Varèse/

Reeds op jonge leeftijd was Zappa zeer geïnteresseerd in moderne muziek en was duidelijk dat hij er een onconventionele kijk op had. In 1963, twee jaar voor de dood van zijn idool Edgar Varèse (Varèse, lees mijn vorige blog: /Edgar Varèse - goniometrisch luisteren/)  trad de 23 jarige Zappa op in The Steve Allen Show als uitvoerend musicus met twee fietsen als klankbronnen:

SA: "How long have you playing bike, Frank?"
FZ: "About two weeks"
SA: "What do you do ordinarily, besides that?"
FZ: "I am a composer"

Zappa is nooit vies geweest van publiciteit, vandaar waarschijnlijk ook dit ludieke optreden, maar tegelijkertijd nam hij zijn  muziek wel degelijk zeer serieus. En je moet toch ook wel moed en vertrouwen in je eigen compositorische ideeën hebben om jezelf voor gek te zetten in een goed bekeken televisieshow. En daarom is dit YouTube fragment (Steve Allen show, Frank Zappa Playing music on a Bicycle 1963) ook leuk. Niet alleen vanwege de geestige opmerkingen van de gastheer ten koste van de gast, maar om te zien dat Zappa klank zeer serieus nam!

             

Een introductie 
Frank Zappa (1940-1993) was een zeer getalenteerd gitarist en componist/bandleider met een enorme productiviteit: 62 lp's/cd's vanaf 1966 tot aan zijn dood in 1993. Kom daar maar eens aan bij de gemiddelde popband! En uit de postume Zappa Vault (angstvallig commercieel bewaakt door de Zappa familie) zijn tot heden nog een kleine 40 extra exemplaren geperst. Dit laatste dat kan nog wel een kleine honderd jaar doorgaan en zal uit commerciële (lees artistieke) overwegingen ook zeker gebeuren.

Zappa heeft nooit 'makkelijke' of 'toegankelijke' popmuziek gemaakt, en hij bekleedt binnen de popmuziek onder meer daarom een cultstatus. Die cultstatus slaat denk ik meer op de fans dan op de muziek zelf: de fans kunnen namelijk naar 'moeilijke popmuziek' luisteren en daar zijn ze trots op. Zappa zelf had deze observatie kunnen maken in zijn kenmerkend lijzige dictie niet gespeend van enige ironie: "Yes folks, thats right! My fans can listen to dif-fi-cult music."
    (O ja, dan heb je ook nog een schismaatje tussen de liefhebbers van de 'oude Zappa' (meestal vrij slechte opnames uit de begintijd) en de nieuwe Zappa (vanaf ongeveer eind jaren 70) met al veel betere opnametechniek. De met name Serieuze-'Oude'-Zappa-Fan is een affectionado die Zijn muziek Zeer Serieus neemt en mijn kenschets dan ook niet zal waarderen zal. Wat mij betreft valt dat in dezelfde dogmatische categorie als mensen die Bach tot God bestempelen. Maar nu ben ik in enkele zinnen beland in de subcultuur die om muziek heen hangt in plaats over de muziek zelf te schrijven.)
De output van Zappa is dus een flink oeuvre van voornamelijk muziek door zijn eigen band gespeeld.  Het merendeel van zijn muziek valt onder de categorie 'pop' (incluis veel instrumentale nummers (en een aantal cd's) met zijn zeer herkenbare gitaarsolo's) maar de 5 of 10 procent klassieke werken worden steeds meer op waarde geschat op de klassieke concertpodia.

Popmuziek op het technisch niveau van klassieke muziek
In mijn oren is Zappa een klassiek componist die een popgroep gebruikte om zijn muziek uit te voeren. Zijn popmuziek was weliswaar zoals de meeste popmuziek eenvoudig van opbouw: een aantal coupletjes onderbroken door een refrein en eventueel wat tussenstukjes en tekstueel waren deze nummer mijns inziens weliswaar origineel (Zappa had een eigen kijk op de wereld) maar niet origineler dan de late Beatles of de Bonzo Dog Band of De Raggende Manne.

Nee, het bijzondere van zijn muziek was dat het alleen door goed onderlegde musici kon worden gespeeld: het was 'moeilijk' uitvoerbare muziek. Op de basismetriek van de pop lagen vaak zeer complexe 'rifjes' en 'licks' (melodische motieven) die delen van de maat in 7 deelden, in 9, 11 of 13 of een combinatie daarvan: Zappa deed niet daarin niet onder voor Stockhausen of Boulez, en hiermee introduceerde hij in de pop melodieën die normaal gesproken alleen in de modern klassieke muziek klonken.

En dat moesten zijn musici allemaal live kunnen spelen (zeer veel van Zappa's muziek zijn live opnames). Binnen de pop is ook dat uniek: popbands spelen over het algemeen een zeer beperkt repertoire (de eigen nummers) in tegenstelling tot jazz musici en klassieke musici die vrijwel alles kunnen spelen (eventueel op eerste gezicht).

Wat ook bijzonder was: Zappa verwachte van zijn musici dat ze een nummer in verschillende stijlen konden spelen: rock, reggae,  ballad et cetera. Live on stage besliste de meester op het laatste moment welke versie hij wilde spelen. Hiermee introduceerde hij een technisch niveau binnen de popmuziek dat tot dan toe was voorbehouden tot klassieke ensembles.

Zappa heeft popmuziek en klassieke muziek daadwerkelijk verenigd. Hij was componist en - letterlijk - de dirigent van zijn eigen muziek. Van het begin af aan waren zijn bandleden technisch zeer bedreven musici die de moeilijkste passages konden spelen. Zappa schreef zelfs zijn popmuziek op in notenschrift. En als een muzikant een verkeerd nootje speelde tijdens een repetitie of optreden (Zappa trad eindeloos veel op) dan hing hij of zij, want Zappa's gehoor was onverbiddelijk en hoorde precies wat afweek van de muziek in zijn verbeelding.

Zappa haalde de popmuziek uit zijn eenvoudigheid en tilde het naar klassiek niveau (bands als Yes en Led Zeppelin deden dat toch echt niet met hun gekunstelde structuurtjes): Zappa en zijn band stonden boven de technische status quo van de pop: het waren klassieke musici die toevallig een popinstrumentarium gebruikten en optraden buiten de gevestigde klassieke concertpodia.

De link naar Varèse
Persoonlijk luister ik graag en regelmatig naar Zappa's unieke gitaarsolo's. En daar ligt voor mij de link naar Varèse.

Over de invloed van Varèse op Zappa is veel geschreven en er is ook veel op het internet geplaatst, een leuk bijeffect van de enthousiaste Zappa fans: alles wat Zappa mooi vond, vinden zij nu ook mooi. Echter, als je Varèse kent en Zappa kent zul je Varèse's muziek niet makkelijk in Zappa's muziek herkennen. Althans: ik hoor het nauwelijks: soms in parallelle melodische motieven, maar daar was Varèse niet uniek in... 

Een heel goed aanknopingspunt echter om Varèse's invloed te begrijpen is het volgende citaat uit Zappa's autobiografie (The Real Frank Zappa Book):

"In my compositions, I employ a system of weights, balances, measured tensions and releases – in some ways similar to Varèse's aesthetic. The similarities are best illustrated by comparison to a Calder mobile: a multicolored whatchamacallit, dangling in space, that has big blobs of metal connected to pieces of wire, balanced ingeniously against little metal dingleberries on the other end. Varèse knew Calder, and was fascinated by these creations."

Ik kan me een interview herinneren waarin Zappa zegt dat hij 'in elkaar schuivende driehoeken voor zich zag als hij een gitaarsolo speelde. Als je een gitaarsolo van Zappa beluistert, kun je je daar iets bij voorstellen. Gooi eerst elk idee van gitaarsolo overboord: Zappa speelde geen clichématige solos van gemiddeld top-40 niveau, maar ingewikkelde geconstrueerde melodieën die vele malen beluistering nodig hadden om de structuur te herkennen. Ja, de structuur is er wel (zonder structuur geen melodie (of muziek) ten slotte) maar die geeft zich niet zomaar prijs.



De invloed van Varèse zat hem dus weer in het revolutionaire idee van georganiseerde klank. Dus niet de eeuwige blokkendoos organisatie van coupletje-coupletje-refreintje-coupletje-refreinthe-refreintje-slot (99% van de popmuziek), maar een architectonische opbouw of een wiskundige constructie. De geniale gitaarsolo's van Zappa weerspiegelen het genie van Varèse.